PROVINCIE VLAAMS-BRABANT formuleert eigen voorstel voor ontwikkeling bedrijventerreinen in de nabijheid van de luchthaven

PROVINCIE VLAAMS-BRABANT formuleert eigen voorstel voor ontwikkeling bedrijventerreinen in de nabijheid van de luchthaven

Editiepajot_julien_de_keyser

Gedeputeerde Julien Dekeyser (foto): “In 2004 startte het Vlaamse Gewest met de afbakening van het Vlaams Stedelijk Gebied rond Brussel. De afbakening is een uitvoering van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen en heeft tot doel om in de Vlaamse Rand rond Brussel te onderzoeken op welke wijze dit gebied duurzaam ontwikkeld kan worden en waar er ruimte is voor bijkomende bedrijven en woningen. Eind juni heeft de Vlaamse administratie haar eindrapport met een globale visie voor de ontwikkeling van het gebied bekendgemaakt. De gemeenten en provincies krijgen tot 15 oktober 2008 de tijd om een formeel standpunt ten opzichte van dit rapport in te nemen, waarna het aan de Vlaamse Regering is om hierover een beslissing te nemen. Na deze beslissing wordt dan het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan voor de afbakening van het Vlaams Stedelijk Gebied opgemaakt (afbakeningslijn + wijzigingen gewestplan).

De provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant heeft bij dit lijvige document heel wat bedenkingen. Als allerbelangrijkste punt laakt de provincie de houding van het Vlaamse Gewest wat betreft de ruimte voor de ontwikkeling van bijkomende bedrijventerreinen. De provincie is er zich van bewust dat het niet evident is om in deze regio nog veel bijkomende terreinen te ontwikkelen. Ze heeft dit ten andere zelf al aangegeven in haar eigen provinciaal structuurplan waar ze pleit voor het doorschuiven van een deel van de bedrijvigheid naar de steden Aarschot, Diest en Tienen (enkele economische knooppunten zoals Londerzeel, Ternat en Kampenhout-Sas). Maar wat het Vlaamse Gewest op dit ogenblik voorstelt, tart alle verbeelding.
 
In totaal worden er nog geen 150 ha bijkomende bedrijventerreinen van ontwikkeld. Van deze 150 ha is bovendien een groot deel vandaag al in ontwikkeling (o.a. de terreinen Brucargo West in de nabijheid van de luchthaven met een oppervlakte van +/- 48 ha). Dit betekent dat er voor de komende 20 à 30 jaar slechts een minimale economische ontwikkeling mogelijk is. Anderzijds betekent dit ook dat er in plaats van 240 ha plots bijna 500 ha bijkomend naar de kleinstedelijke gebieden zou worden doorgeschoven, een onmogelijke en absoluut ongewenste taakstelling.
 
Wanneer de onderzoeksresultaten worden bekeken valt het bovendien op dat enkele terreinen waar de Vlaamse Regering eind 2007 zich principieel akkoord over verklaarde dat deze ontwikkeld zouden kunnen worden, nu toch nog geschrapt zijn. Dit is het gevolg van moeilijk op te lossen technische problemen die de ontwikkeling van deze terreinen met zich zouden meebrengen. De provincie laakt echter de houding van het Vlaamse Gewest omdat ze voor deze ontwikkelingen geen alternatieven heeft onderzocht.
 
Iedereen die bij de ruimtelijke ontwikkeling van de regio betrokken is, weet dat er een zeer groot tekort is aan bedrijventerreinen in deze regio. Iedereen weet ook dat het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen het uitgangspunt hanteert dat de ontwikkeling van bijkomende bedrijventerreinen dient te gebeuren in of in de nabijheid van de steden. Om die reden heeft de provincie zelf het voortouw genomen en voor 2 terreinen in de nabijheid van de luchthaven een ontwikkelingsalternatief opgesteld. Deze alternatieven bieden niet alleen ontwikkelingsmogelijkheden voor bedrijvigheid op een duurzame wijze maar zorgen ook voor de ontwikkeling van bossen, groengebieden en een uitgestrekt landschapspark. Bovendien biedt het voorstel voor Nossegemdelle ook een betere ontsluiting voor de zuidelijke ontsluiting van de luchthaven (verbinding tussen Luchthaven en E40)”.
 
06 Okt 2008
Gerrit Achterland
Repro Editiepajot
 
 
Terug
 

Meer Nieuws

Commerciële Partners
Advertenties
Gerrit Achterland | 05 Dec 2008

archief