NINOOFSE MOLENS verdienen de nodige aandacht

Ninove beschikt op zijn grondgebied over drie maalvaardige molens die ook nog eens behoren tot drie verschillende types: de Wildermolen (houten staakmolen) in Appelterre, de Molen ter Zeven Wegen (stenen bovenkruier) in Denderwindeke en de Fonteintjesmolen (watermolen) in Meerbeke. Terwijl de stad de Wildermolen en de Molen ter Zeven Wegen in eigendom respectievelijk in erfpacht heeft, bevindt de Fonteintjesmolen zich in privéhanden en is dit dus geen “stedelijke molen”. Het Forza Ninove-stadsbestuur wenst evenwel bij te dragen tot het in goede staat bewaren en tot de ontsluiting voor het publiek van alle drie de betrokken molens.
Eind maart werd de nieuwe Molencommissie geïnstalleerd in het bijzijn van schepen van Patrimonium Pascal Schietecat en schepen van Erfgoed Werner Somers. De Molencommissie bestaat onder meer uit de vrijwillige molenaars, die de Ninoofse molens letterlijk draaiende houden. Op grond van het gewijzigde organiek reglement van de Molencommissie, dat door de gemeenteraad werd goedgekeurd, zal aan de vrijwillige molenaars voortaan jaarlijks een werkingstoelage van 5.000 EUR worden toegekend waarmee zij onder meer materiaal voor kleine onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan de stedelijke molens – de Wildermolen en de Molen ter Zeven Wegen – kunnen aanschaffen. Over de uitgaven dient uiteraard de nodige verantwoording te worden afgelegd.
Inmiddels werden de stedelijke molens bezocht om na te gaan welke (grotere) restauratiewerken er op korte termijn moeten worden uitgevoerd. Het gaat om de vernieuwing van het hekwerk van de Molen ter Zeven Wegen en om de vervanging van het asbestdak van de Wildermolen. Deze restauratiedossiers zullen dit jaar worden voorbereid door de vrijwillige molenaars en zullen in 2027 worden aanbesteed door de stad. Schepen Werner Somers zegt hierover het volgende: “De Ninoofse molens moeten worden gekoesterd, want zij vormen een essentieel bestanddeel van ons agrarische en culturele erfgoed. Daarom maakt Forza Ninove de nodige financiële middelen vrij voor de restauratie van de molens en kennen wij de vrijwillige molenaars jaarlijks een bescheiden budget toe voor eenvoudige onderhouds- en instandhoudingswerken. We willen tevens nagaan hoe onze molens nog beter in de kijker kunnen worden gezet.”
