DILBEEK - Japanse Uniprov bezoekt Breugel

C21

DILBEEK - Japanse Uniprov bezoekt Breugel

Bruegel_winter-mori
 

Prof. Yoko Mori, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Meiji Universiteit in Tokio, is in Japan dé grote Bruegelkenner, met al wat er bij hoort : kennis van de Europese schilderkunst, van de literatuur, van het volksleven. Al wat daarmee verband houdt, al is het zijdelings, interesseert haar.

Toevallig hoorde ze iets over de opgravingen onder het Koningsplein in Brussel en over het openlucht-Bruegelmuseum in Dilbeek. Twee onbekenden voor haar. En belangrijke nog wel; vooral de opgravingen zouden haar een beeld geven van het Brussel in de zesteinde-zeventiende eeuw. Van vrienden vernam ze dat de vzw Culturama uit Dilbeek tot buiten de landsgrenzen bekend is om de kwaliteit van haar thematische verkenningen van Brussel en de Rand. Ze maakte dus een afspraak en nam het vliegtuig.
 
Uitvoerig werd ze rondgeleid door Machteld de Schrijver, voorzitter van Culturama, op zoek naar alles wat aan Bruegel en zijn tijd zou kunnen herinneren. Na enkele minuten al was het grote vriendschap tussen beide dames, alsof ze elkaar al jaren kenden, omdat ze al zolang met dezelfde passie bezig waren.
 
De passie voor Bruegel kreeg Prof. Mori te pakken toen ze van 1959 tot 1962 aan de Universiteit van München studeerde en er adviezen kreeg van Prof. Hans Sedlmayer, een wereldberoemde kunsthistoricus en auteur van belangrijke artikels over Bruegel. Van dan af zouden het leven, de werken en het land van Bruegel haar wetenschappelijke carrière volledig beheersen.
 
In 1970 behaalde ze in de VSA haar MA-graad met een thesis “The Iconography of Pieter Bruegel’s Temperantia”. De volgende jaren publiceerde ze in hoog tempo artikelen en boeken over Bruegel. Haar enthousiasme bleef niet onopgemerkt : in 1976 werd ze door het Ministerie van Nederlandse Cultuur uitgenodigd voor 10 maanden opzoekwerk in de Koninklijke Bibliotheek van Brussel. Daar leerde ze Dr. Roger Marijnissen, de grote kenner van Bosch en Bruegel, kennen; hij wees haar de weg naar literaire werken die Bruegel helpen begrijpen.
 
Dat gaf haar weer nieuwe inspiratie voor nog meer publicaties o.m. 3 erg lijvige boeken over het volledige oeuvre van Bruegel, over zijn “kinderspelen” en over zijn “spreekwoorden”. Vooral de kinderspelen en de spreekwoorden analyseerde ze grondig, en wel vanuit het Vlaamse volksleven; daartoe leerde ze ook Nederlands lezen. Ze beschreef alles gedetailleerd en vergeleek de spelen en spreekwoorden ook nog met die uit andere Europese landen en zelfs uit Japan. Voor problemen met Oud-Nederlands of Latijn kon ze 20 jaar lang altijd terecht bij de Vlaamse pater Willem Grootaers, missionaris in Japan.
 
In 1988 doctoreerde ze met een studie over “de kinderspelen”. Die studie gaf ze in dat jaar uit in boekvorm en daarvoor ontving ze van de Koning de Orde van Ridder in de Kroonorde. Dat boek kende in 1995 al een zevende druk ondanks de hoge prijs en binnenkort verschijnt een nieuwe aangevulde editie.
 
Hoe grondig ze tewerk gaat blijkt uit het feit dat ze het spreekwoord “hij gaapt tegen de oven” illustreerde met een groot aantal afbeeldingen uit vele verschillende kerken uit Vlaanderen, Nederland en Oost-Frankrijk, met etsen, schilderijen en foto’s (o.a. van ovens in Bokrijk waar ze nog een schat aan informatie vond over het volksleven en de volksgebruiken zoals Bruegel die uitbeeldde).
 
Haar diepgaande wetenschappelijke analyses overtreffen zelfs die van onze eigen Bruegelkenners. In 1996 ontving ze daarvoor de Internationale Eugène Baie Prijs.
 
Vooral Prof. Mori heeft door haar vele publicaties en lezingen Bruegel in Japan erg bekend en geliefd gemaakt : de Japanners zijn gek van Bruegel. Haar realistische analyse van het dagelijkse volksleven in Bruegels tijd interesseert zelfs de Japanse jeugd.
 
Bovenal heeft Prof. Mori aangetoond dat Bruegel niet zomaar dat volksleven meesterlijk weergaf, maar vooral dat hij een warme kijk had op de mens in zijn dagelijks bestaan en op de natuur.
 
Over haar bezoek aan de opgravingen in Brussel was Prof. Mori in de wolken : “I have been waiting for many years to have such a chance to meet somebody in Belgium like Machteld”.
 
Maar ook het openlucht-Bruegelmuseum van de vzw Dilbeeks Erfgoed wilde Prof. Mori zien. Ze werd rondgeleid door Albrecht de Schrijver, de initiatiefnemer en de coördinator van dit openluchtmuseum met 19 grote kleurvaste en weerbestendige reproducties van Bruegels mooiste landschappen uit zijn Brusselse periode. Het was voor haar een ontdekking die reproducties te zien in het landschap dat Bruegel zo heeft geïnspireerd en nog de kerken te kunnen bekijken en de watermolen die in de werken voorkomen.
 
Prof. Mori was enthousiast over de kleurechtheid en vooral over de grootte van de reproducties. Ze kent haast elk klein detail in Bruegels werken, maar hier kon ze die kleine details nog veel beter en duidelijker zien. Ze vond dit museum een schitterend initiatief van Dilbeeks Erfgoed om Bruegel bij een breed publiek beter bekend te maken. Want toen Albrecht de Schrijver haar vroeg, of ze ermee akkoord gaat dat Pieter de Oude de grootste schilder is uit de 16de eeuw in West-Europa, toen was haar antwoord kort en krachtig “hij is de grootste aller tijden; punt”.

De grote bewondering die Bruegel in Japan geniet heeft ertoe geleid dat er thans, tot 24 juni 2007, 3 grote tentoonstellingen lopen in musea in Tokyo, Nagasaki en Oasaka. Bij die gelegenheid publiceerde Prof. Mori nog een lang artikel over het auteurschap van de “Val van Icarus” en zal ze daarover ook een lezing geven, met debat, in het museum van Nagasaki. Ondanks enkele fouten welke Prof. Mori in die tentoonstellingen vond, is ze toch verheugd dat haar landgenoten nog beter de Vlaamse kunst zullen begrijpen.
Delen op FacebookDelen op TwitterDelen op GoogleDelen op DeliciousDelen op DiggDelen op StumbleuponEmail ditMeer...
 
06 mei 2008
Steven Walravens
Steven Walravens
 
 
 
Terug
 

Meer Nieuws

Commerciƫle partners, advertenties en vacatures
Guido van Cauwelaert | 22 apr 2024

archief